Nieuws en achtergronden voor zzp'ers

Corona: een nieuwe revolutie

         

Nog helemaal niet zo lang geleden, vóór 1850, was bijna iedereen zzp'er en werkte iedereen thuis. De slager, de boer, de schoenmaker, de bakker, de smid etc. Pas toen er grote fabrieken en kantoren kwamen, gingen mensen massaal in loondienst en verlieten zij 's morgens hun huis om 's avonds moe weer thuis te komen. Dat was de industriële revolutie.

Nu 170 jaar later zijn er opnieuw veel zzp'ers en dankzij Corona werkt vrijwel iedereen ook weer thuis. We weten niet hoelang de Corona-crisis gaat duren maar het is aannemelijk dat bepaalde zaken blijvend zullen veranderen.

Veel mensen zullen het thuiswerken (weer) met succes oppakken waardoor het maar de vraag is of iedereen wel zo graag weer terug wil naar kantoor als de crisis voorbij is. Ook werkgevers zullen ervaren dat hun weerstand tegen thuiswerk niet altijd zo gegrond was. Ook zullen zij zich afvragen of zij nog steeds dat mooie maar dure kantoor echt nodig hebben.

Ook is het aannemelijk dat heel veel scholieren en studenten prima thuis blijken te kunnen leren. Waarom zou je dan nog grote gebouwen warm stoken en onderhouden als het ook zonder kan? Als je prima thuis kunt studeren, kunnen de studiekosten ook flink naar beneden. Dus ook minder studieschuld. Misschien ook geen tekort aan onderwijspersoneel meer.

Het is ook denkbaar dat we weer meer gaan eten van lokale producenten. En zelf gaan produceren. Misschien was het toch een beetje overdreven om bananen uit Zuid-Amerika te halen i.p.v. uit Naaldwijk.

Vervolgens is het mogelijk dat de files helemaal niet meer terugkomen. Hebben we ook meteen een flinke stikstoftarget gehaald. En misschien was 350.000 euro voor een twee-kamer-apartement toch wel een beetje veel.

Het Corona-virus schudt alles op. Het dwingt ons te her-beoordelen, te herwaarderen. In bepaalde gevallen gaan we terug en in andere gevallen revolutionair vooruit.

Misschien willen we na de crisis helemaal niet meer terug naar de maatschappij die we nu vrezen te verliezen.


Gaat de verplichte AOV nu in de prullenbak?

         

In januari 2020 zag de wereld er zo mooi uit. De economie draaide op volle toeren en de overheid, bij monde van de commissie Borstlap vond het een goed moment om zzp'ers links- of rechtsom een gewone baan in te duwen.

Het moest maar eens afgelopen zijn met de zzp'ers. Er waren immers banen genoeg dus de weg stond vrij om zzp'ers te belasten met een waardeloze verplichte AOV en de fiscale voordelen verder af te bouwen. Zzp'ers hadden gewoon geen reden om zzp'er te zijn, zo vond Borstlap.

Toen kwam Corona en nu ziet het economische landschap er heel anders uit. Bedrijven vragen werktijdverkorting aan en de werkloosheid zal hard oplopen. Die verloren banen komen niet in een paar weken weer terug. Daar kunnen wel weer jaren overheen gaan.

De vraag is nu of de overheid nog steeds van plan blijft de zzp'er uit zijn zelfstandigheid te pesten, ook als er geen alternatieven meer zijn.

Het zal wel erg wrang zijn als de zwaar getroffen zzp'ers alsnog een ZZP-belasting (verplichte AOV) voor hun kiezen krijgen terwijl er geen banen meer zijn om naar uit te wijken.

Of wil de overheid zo graag van de zzp'ers af dat deze beter werkloos thuis kunnen zitten dan zelf weer een weg naar boven proberen te ondernemen?


De schokkende dubbele moraal van de overheid t.a.v. zzp'ers

         

Met de invoering van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering was de overheid heel duidelijk: zzp'ers zijn niet zelfstandig genoeg om zelf risico's te kunnen dragen. En daarom moeten de zzp'ers verplicht gaan betalen voor een verzekering waar zij niets aan hebben. Ook het verschil tussen werknemers en zzp'ers moest maar eens afgelopen zijn, volgens de overheid.

Nu het Coronavirus de economie flinke klappen uitdeelt, zijn de zzp'ers de eersten die daar de gevolgen van merken. Echter, nu vindt de overheid de zzp'ers opeens weer heel zelfstandig.

"Het zal voor heel veel zzp'ers een teruggang in inkomsten betekenen. Daar hebben zij ook een beetje zelf voor gekozen", zei minister Wiebes.

"De zzp'ers hebben zelf gezegd dat ze geen vast dienstverband willen. Deze mensen hebben zelf bewust dat risico genomen", aldus de bewindsman.

De zelfstandigenaftrek was één van de fiscale voordelen die zzp'ers konden gebruiken om reserves op te bouwen. Maar juist die aftrek vond de overheid overbodig. Want werknemers hebben dat voordeel niet etc. Daarom wordt de zelfstandigenaftrek al jaren stelselmatig afgebroken.

Wat een zielig moment ook voor de overheid om de zzp'ers nog even een trap na te geven. Had je maar een dienstverband gehad. Nu zie je wat er van komt als je zzp'er bent.

De dubbele moraal is tekenend voor een overheid die geen enkel respect heeft voor zzp'ers.


To be a zzp'er or not to be a zzp'er

         

In de Volkskrant verscheen het bericht dat zzp'ers werkzaam bij NRC gaan staken.

Deze 'zzp-ers' vergelijken zich met werknemers en voelen zich ondergewaardeerd. Velen van hen vinden dat zij in dienst genomen moeten worden. Dit is een treurige situatie.

Terwijl de meeste zzp'ers alle zeilen moeten bijzetten om duidelijk te maken dat zij geen werknemers zijn, doen deze 'zzp-ers' juist hun best om van hun eigen zzp-schap af te komen. Dat is precies wat de overheid ook wil en als reden aanvoert om zzp'ers extra te belasten en fiscale voordelen weg te nemen. De overheid zal dit graag met beide handen aangrijpen om te bevestigen dat zzp'ers een probleemgroep vormen.

Deze groep van 'zzp'ers' maakt enerzijds dankbaar gebruik van de mogelijkheid om überhaupt geld te verdienen maar vindt het anderzijds geen probleem om het alle zpp'ers moeilijk te maken indien zij daarmee maar een baan krijgen.

Daarmee bewijzen deze 'zzp'ers' de vele honderdduizenden andere zzp'ers die vol overtuiging hebben gekozen voor het ondernemerschap, een zeer slechte dienst.


Zzp'er, zorg maar dat iemand jou een baan geeft

         

Het rapport van de commissie Borstlap bevat een groot aantal aanbevelingen. In de kern komt het er op neer dat iedere zzp'er zoveel mogelijk weer terug in een baan moet worden gestopt.

Het is al jaren geen geheim: zzp'ers passen niet in het verdien- en bestuursmodel van de overheid. De jacht op de zzp'er is nu echter goed begonnen.

Zzp'ers zijn een logisch antwoord op een jarenlang overheidsbeleid waarbij het in dienst hebben van werknemers steeds onaantrekkelijker werd gemaakt. Zaken als loondoorbetaling bij ziekte, re-integratieplicht, ontslagbescherming en transitievergoeding werden achter elkaar op het bord van werkgever gestapeld. Waarschijnlijk met de gedachte dat de werkgevers nu eenmaal personeel nodig hebben en dus geen keuze hebben.

Maar die keuze was er wel: werken met flexwerkers en zzp'ers. Vooral de zzp'ers hadden daar zelf ook steeds meer de voorkeur voor. Meer vrijheid en minder regeldruk. Maar dat was niet de bedoeling van de overheid en nu moet de geest weer terug in de fles.

Als het aan de commissie ligt, moet zzp'ers het ondernemen moeilijk gemaakt worden en moeten er gewoon meer banen komen. Dat eerste gaat wel lukken maar dat tweede is een illusie. Je kunt werkgevers niet dwingen mensen aan te nemen.

Met de aanbevelingen zoals een soepeler ontslagrecht en een kortere loondoorbetaling, geeft de commissie impliciet toe dat de druk op de werkgevers inderdaad veel te groot was geworden. Dus komt men daar nu een beetje op terug. Helaas met allerlei nieuwe regels zoals verplichte verzekeringen en spaarpotjes.

Een doekje voor het bloeden met nieuwe wonden bovendien.

En het advies aan de zzp'ers: leuk dat je je eigen baan had gecreëerd, maar die raak je kwijt. Zorg maar dat iemand anders een baan voor jou creëert. Veel succes met solliciteren.


Zzp'ers worden verboden

         

Waar de overheid al jaren van verdacht wordt, is nu kraakhelder geworden. Het hoge woord is er uit. Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge draait er niet langer omheen: zzp'ers moeten verboden worden in de zorg.

De overheid weet heel goed wat vergrijzing is. Daarom gaat de pensioenleeftijd omhoog en worden pensioenen gekort. Maar als het gaat om de stijgende zorgbehoefte, lijkt de overheid opeens niet meer te weten wat er moet gebeuren. De zorg moest efficiënter en goedkoper dus werden zorgkantoren en gemeenten verantwoordelijk. Laten die het maar oplossen. Maar dat lukt niet.

En nu loopt het aan alle kanten spaak. De zorgkantoren hebben meer plekken nodig maar kunnen die zelf niet creëren. De gemeenten moeten bouwen maar dat kost jaren en de stikstof-discussie helpt ook niet echt.

Maar minister De Jonge heeft een plan: zzp'ers verbieden. Want de zzp'ers vormen het echte probleem, aldus de minister. Hierbij gaat de minister niet alleen volledig voorbij aan de organisatorische chaos die de overheid zelf heeft gecreëerd, maar vooral aan het enorme belang van zzp'ers in de zorg

Veel zorgprofessionals stappen over naar het zzp-bestaan vanwege de enorme regeldruk en het gebrek aan ruimte om zelf te sturen. Als zzp'er hebben zij weer plezier in hun werk. 55% van de zzp'ers in de zorg zou een ander beroep kiezen als zij terug in loondienst moet. Zzp'ers redden dus juist de zorg.

De minister lijkt op geen enkele wijze echt een plan te hebben voor de stijgende zorgbehoefte maar gebruikt de zelf gecreëerde chaos vooral graag om een hardnekkig overheids-grief aan te pakken: het bestaan en het grote belang van zzp'ers.


Twee grote valkuilen bij de nieuwe kleine ondernemersregeling

         

Vanaf 1 januari 2020 is de nieuwe kleine ondernemingsregeling (KOR) van kracht. Of beter gezegd: de KOR is gewoon afgeschaft en kun je vanaf nu eventueel vrijgesteld geworden van btw.

Oke, denken wellicht veel ondernemers. Dan word ik gewoon vrijgesteld van btw en ben ik overal van af. Lekker makkelijk.

Niet helemaal.

Pas op met buitenlandse facturen

Het is tegenwoordig heel gebruikelijk om iets in het buitenland te kopen. Niet zelden wordt dan de btw verlegd naar de Nederlandse ondernemer en staat er 0% btw op de factuur. De van btw vrijgestelde ondernemer denkt dan dat er geen btw van toepassing is. De btw is in dat geval echter verlegd naar de ondernemer en die moet worden afgedragen als omzetbelasting in Nederland. Als de ondernemer vrijgesteld is van btw en nooit aangifte omzetbelasting doet, moet deze opeens wel een (incidentele) aangifte doen. En dat kan makkelijk over het hoofd worden gezien.

Pas op met eerder afgetrokken btw op investeringen en voorraad

Een ander gevaar is de zogenaamde herziening van eerder afgetrokken btw. Als je in eerdere jaren btw hebt afgetrokken op investeringen of voorraad en opeens gebruik gaat maken van de nieuwe KOR, moet je wellicht btw terug betalen vanaf het moment dat je vrijgesteld bent van btw. Dat kan een nare verrassing zijn.


Waarom Wet Arbeidsmarkt in Balans niet tot mìnder maar tot méér zzp’ers leidt

         

Terwijl de arbeidsmarkt in rap tempo flexibiliseert, blijft de overheid hameren op een vast contract. Het vaste contract is een beetje de stoomtrein van de overheid. Stoomtreinen gebruiken een technologie die allang is ingehaald door elektrische treinen. Maar als het aan de overheid ligt, moet iedereen zoveel mogelijk blijven rijden in die oerdegelijke stoomtrein.

Al decennia ziet de overheid de flexibilisering met lede ogen aan. Elke maatregel is gericht om deze tegen te gaan en anders om de werkende burger zodanig te sturen dat iedereen uiteindelijk weer uitkomt op een vast contract. De Wet Arbeidsmarkt in Balans die op 1 januari 2020 ingaat, is daarop geen uitzondering. Flex wordt lastiger en duurder, vast wordt soepeler en goedkoper. Stoomtreinen worden goedkoper en elektrische treinen worden duurder. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Zoals vaak met overheidsmaatregelen, zijn de bedoelingen vaak goed maar de uitwerkingen tegengesteld. De WAB geeft flexwerkers en payrollers meer rechten zoals een cao-loon en een transitievergoeding. Er zullen werkgevers zijn die dat vervolgens betalen. Maar er zullen minstens zoveel werkgevers zijn die hierdoor stoppen met flexwerkers en payrolling. Daar heeft de overheid ogenschijnlijk niet voldoende over nagedacht.

Er is naast de stoomtrein en de elektrische trein ook zoiets als een ‘auto’: de zzp'er. Zzp’ers zijn snel, wendbaar, zelfsturend. Met een zzp'er heb je geen gedoe met arbeidscontracten, cao-lonen en transitievergoedingen. Het is derhalve aannemelijk dat de WAB veel flexwerkers werkloos maakt en juist meer zzp'ers zal opleveren. Dat betekent dat de overheid vervolgens de ‘auto’ duurder moet gaan maken. Of het liefst helemaal verbieden. Want het uiteindelijke doel blijft de stoomtrein.


De verplichte aov-verzekering voor zzp’ers is een wassen neus

         

D66-minister Wouter Koolmees komt op mij over als een intelligent bestuurder. Iemand die begrijpt dat er onder die ruim een miljoen zzp’ers sprake is van variatie. Van een huisman met een steunkousenwebshopje tot een topjuriste die à € 275 per uur een winkelketen met overnameplannen adviseert. Van timmerman tot tekstschrijver, van postbode tot tandarts. Des te merkwaardiger is het dat Koolmees nu al maanden probeert al die zzp’ers tot eenheidsworst te vermalen.

Koolmees wil namelijk een zzp-wet invoeren. En in die zzp-wet wil hij een minimumuurtarief opnemen. En een verplicht pensioen. En een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov). Vooral deze laatste ambitie is curieus. Voor een aov-uitkering kom je namelijk bijna nooit in aanmerking. Psychische klachten worden zo goed als uitgesloten. Je moet een uitzonderlijk fors lichamelijk probleem hebben waardoor je op geen enkele manier nog geld kan verdienen. Wanneer je doofstom wordt, schijn je een kans te maken. Een kansje, moet ik zeggen.

Kortom: de aov is een wassen neus. Die kun je eigenlijk met goed fatsoen aan niemand verkopen. Daarom zijn verzekeraars daar ook zo terughoudend in. Daarom moeten zij gigantische premies berekenen om nog iets van een dekking te kunnen bieden. Er is vrijwel geen markt voor. En als je iets wilt verkopen dat economisch niet verkoopbaar is, kun je er alleen nog maar over jokken en dwingen.

Dat is hoe de intelligente minister aan alle zzp'ers een aov verkoopt. Suggereren dat de zzp'ers er baat bij hebben en hen vervolgens geen keuze laten. Met een verplichte aov schieten zzp'ers net zoveel op als eigenaren van een appartement met een rieten dak-verzekering . De enige redenen waarom zzp'ers mee moeten doen, zijn het ontmoedigen van zpp'ers en het binnenhalen van inkomsten.


7 financiële adviezen om je zzp-jaar mee af te sluiten

         

Met de oliebollen in het vooruitzicht is het bijwerken van de boekhouding nou niet direct iets waar we naar uitkijken. Toch loont het de moeite om in die laatste dagen van het jaar juist wél in de cijfers te duiken.

Investeringsaftrek: haal voor oudjaar de drempel

Zoals elk jaar, kun je aan het einde van het jaar kijken of je wellicht in aanmerking komt voor de investeringsaftrek. Er zijn drie regelingen. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de Milieu-investeringsaftrek en de VAMIL en de Energie-investeringsaftrek. Als je dit jaar geen Jaguar E-Pace of Tesla hebt aangeschaft en je kantoordak evenmin met zonnepanelen hebt laten plaveien, kun je je beperken tot de KIA. Tel de waarde van alle investeringen die je hebt gedaan (ex btw) bij elkaar op. Is het bedrag meer dan € 2300, dan kom je waarschijnlijk in aanmerking. Kom je lager uit dan € 2300 euro? Kijk dan of je met een extra investering voor 31-12 wél de drempel kunt halen. Het is de moeite waard: maar liefst 28 procent van het bedrag dat je hebt geïnvesteerd, wordt in mindering gebracht op jouw winst. Over het algemeen gaan de tarieven voor inkomstenbelasting volgend jaar dalen. Alleen de eerste schijf gaat licht omhoog (van 36,65 naar 37,35 procent). Heel simpel gezegd betekent dit dat als je verwacht dat jouw belastbare inkomen in 2019 onder de € 20.000 euro blijft, je beter investeringen kunt uitstellen. Als je belastbaar inkomen hoger is dan € 20.000, kun je beter investeringen naar voren halen om maximaal fiscaal voordeel te realiseren.

Stap niet te snel over op de nieuwe KOR

De kleineondernemersregeling (KOR) is een regeling waarmee de Belastingdienst kleine ondernemers tegemoet komt wat betreft de btw. De KOR geldt op dit moment alleen voor eenmanszaken, firma’s en andere rechtsvormen waarin natuurlijke personen samenwerken. Dus niet voor bv’s, verenigingen en stichtingen. Moet je in een jaar minder dan € 1883 btw betalen? Dan heb je recht op vermindering of zelfs kwijtschelding. De huidige regeling houdt eind 2019 op te bestaan. Indien jouw totaal aan af te dragen btw over heel 2019 minder is dan € 1883, kun je de regeling dus nog één keer toepassen. Houd er wel rekening mee dat de berekening van het juiste KOR-bedrag niet zo eenvoudig is als het misschien lijkt. Zeker wanneer je te maken hebt met verlegde btw, ziet de som er anders uit. Per 1 januari 2020 wordt het administratief een stuk gemakkelijker, dat is althans de bedoeling van de overheid. Wanneer je voor de nieuwe KOR in aanmerking wilt komen, moet je dit bij de Belastingdienst kenbaar maken. Als je je nu aanmeldt, doe je mee vanaf 1 april 2020. Als je jaaromzet niet hoger is dan € 20.000, hoef je helemaal geen btw meer te betalen. Maar je kunt ook geen btw meer aftrekken. Heb je een geweldig jaar en kom je boven de twintig mille uit, dan mag je vanaf dat moment geen gebruik meer maken van de nieuwe KOR. Als je behoorlijk zeker weet dat je de komende jaren minder dan 20.000 euro omzet per jaar zult maken, is de nieuwe KOR wellicht een goede keuze. Als jouw omzet echter schommelt rond dat bedrag, dan kun je het beter niet doen.

Vergeet de bijtelling voor je auto niet

Heb je een auto op naam van de zaak? Vergeet dan niet in de laatste btw-aangifte een bijtelling op te nemen voor het privégebruik van de auto. Ook aan de winst dien je een bijtelling toe te voegen. Er zijn dus twee bijtellingen: een btw-bijtelling en een IB-bijtelling. De regels voor deze twee bijtellingen zijn verschillend.

Bankafschriften downloaden

Download zo snel mogelijk na het verstrijken van het jaar alle bankafschriften. Na verloop van tijd zijn deze niet meer beschikbaar.

Schrijf de kilometerstand van de auto op

Gebruik je jouw privéauto ook voor de zaak? Schrijf dan op 1 januari van het nieuwe jaar de kilometerstand op. Daarmee kun je aan het einde van het nieuwe jaar het juiste af te trekken bedrag aan btw berekenen.

Pas je btw-ID aan

Heb je een nieuw btw-ID ontvangen van de belastingdienst. Gebruik deze dan vanaf 1 januari 2020 op jouw website en op jouw facturen. Het oude btw-ID blijf je gebruiken voor je btw-aangiften.

Buitenlandse btw terugvragen

Heb je in 2019 buitenlandse btw betaald? Vraag deze dan op tijd terug. Het bedrag aan btw moet minimaal € 50 zijn. Indien je te lang wacht kan het betreffende land besluiten jouw verzoek niet meer in behandeling nemen.


Zo blijf je als zzp’er toekomstbestendig

         

Wanneer het goed gaat met de economie, is er meer geld voor minder relevante aankopen. Zodra het echter minder goed gaat, wordt geld alleen besteed aan het noodzakelijke. Het gaat nu goed met de economie dus je kunt als ondernemer allerlei producten en diensten bedenken en die nog verkopen ook. Alleen is dat niet zonder risico's.

De technologische ontwikkelingen maken veel beroepen overbodig. Daar staat tegenover dat er nieuwe beroepen bij komen. Dankzij het internet zijn er minder postbodes nodig maar des te meer programmeurs, computer-verkopers, reparateurs en kabelgravers. Een postbode kan dus beter programmeur worden. Dat is dan ook precies wat KPN heeft gedaan. De koninklijke postbezorger werd een indrukwekkende high-tech internet-gigant.

Niet iedere branche is zo agile en beweeglijk als KPN. Hoewel hun vakgebied stukje bij beetje wordt weggeautomatiseerd, blijven velen vasthouden aan het vak. Het toverwoord daarbij is adviseur. Iedereen wordt nu adviseur. Boekhouders bijvoorbeeld verliezen markt omdat boekhoudpakketten vanzelf een jaarrekening maken. Daarom worden boekhouders nu winst-adviseurs. Auto's hebben steeds minder onderhoud nodig. Het is wachten op het moment dat de garagehouder zich mobiliteits-adviseur gaat noemen. Als kozijnen steeds meer van onderhoudsvrij kunststof worden gemaakt, worden schilders waarschijnlijk woning-behoud-adviseurs.

Als KPN er ook zo over had gedacht, hadden we nu in Nederland een paar duizend logistieke-communicatie-adviseurs. Het is de vraag of die allemaal een boterham hadden kunnen verdienen met deze nieuwe advies-rol. Zeker wanneer het economisch weer wat minder gaat. Als ik wil, kan ik mij tegenwoordig wenden tot social media experts, blog- en vlog-adviseurs, winst-verdubbelaars, brand-adviseurs, image-coaches en kledingkleur-specialisten. Ik vind dat heel mooi om te zien maar ik maak mij tegelijk zorgen of deze vakgebieden wel zo toekomstbestendig zijn. Als het minder goed gaat, wil je voor je geld basale zaken als eten en kleding kopen. Dan wil je dat jouw auto wordt gerepareerd. Als het dak lekt, wil je goeie dakdekker dat laten fixen. Dan wil je jouw oude computer nog een keer laten upgraden voordat je een nieuwe koopt. Als je weinig geld hebt en je moet kiezen tussen het repareren van het dak of een social-media-advies, dan wint de dakdekker. Er zijn er meer die in de toekomst gaan winnen: de reparateur, de installateur, de verzorger, de (tand)arts, de leraar, de onderhoudsman/vrouw. Wat hebben deze vakmensen gemeen: een oplossing voor concrete problemen en vraagstukken.

Zijn er dan helemaal geen adviseurs meer nodig? Uiteraard wel. Je kunt prima zelf de boekhouding doen in een pakket maar als je overstapt van een eenmanszaak naar een BV, is goed fiscaal advies heel belangrijk. Dat advies is dan ook heel concreet. Een goed hypotheek-advies kan veel geld schelen. Een goede architect bij een verbouwing kan een boel ellende voorkomen. Deze adviseurs zijn er altijd geweest. In goede en slechte tijden.

De toekomstbestendige zzp'er biedt kennis en oplossingen voor concrete vraagstukken. Voor problemen die in elke conjuncturele situatie er toe doen. Deze zzp'er beheerst een vak waar vrijwel altijd naar vraag naar is. Deze zzp'er onderhoudt zijn/haar eigen vakkennis en is niet bang om net als KPN van postbode te veranderen in een techneut. In elke economische situatie, goed of slecht, geldt altijd dezelfde regel: wees waardevol voor de klant. De zzp'er van de toekomst weet altijd echte waarde te creëren en kan het zo heel lang uithouden.


Bestaat er een glazen plafond voor vrouwelijke zzp’ers?

         

Al sinds de jaren tachtig wordt er gesproken over het glazen plafond, een onzichtbare barrière die vrouwen belemmert om tot hogere functies door te dringen. Het is een lastig meetbare hindernis. In theorie bestaan er immers geen hindernissen; in de praktijk kunnen vooroordelen en mores binnen een organisatie wel degelijk drempels vormen. Om dit concreter te maken, kun je eenvoudig het aantal vrouwen in een bepaalde functie tellen en dat vergelijken met het aantal vrouwen in de functie die daar direct boven komt. Zijn er meer vrouwen werkzaam op het lagere niveau dan het hogere, dan is de zogenaamde Glazen Plafond Index (GPI) hoger. De GPI is neutraal wanneer de vrouwelijke vertegenwoordiging in beide functiegroepen gelijk is.

Deze formule (GPI = percentage vrouwen lagere functie/percentage vrouwen in de functie) is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Hij is bedoeld om bedrijven en overheidsorganisaties een quickscan te bieden zodat ze meer zicht krijgen op het glazen plafond. Maar de vraag die ons het meest interesseert is: hoe zit dit bij zzp’ers? Stuiten vrouwelijke zzp’ers (ook) op een glazen plafond?

Volgens het CBS was het mediaan inkomen in 2017 van vrouwelijke zzp’ers minder dan de helft (€ 14.300) dan dat van mannen (€ 35.700). Vrouwelijke zzp’ers verdienen in het algemeen dus significant minder dan mannen. Het is alleen veel lastiger om hier een glazen plafond te berekenen. Zzp’ers hebben geen dienstbetrekking: er is niet direct sprake van een functie zoals een werknemer die heeft. Er is eerder sprake van een opdracht. Opdrachten zijn vaak op zichzelf staand en kennen daarom geen duidelijke hiërarchische structuur ten opzichte van andere opdrachten. Dat maakt het onmogelijk de GPI te berekenen en een eventueel glazen plafond vast te stellen.

Vrouwen maken in het algemeen andere keuzen dan mannen op de arbeidsmarkt. Er zijn meer mannen werkzaam als werknemer (3.697.000) dan vrouwen (3.457.000). Qua arbeidsparticipatie is dat op zich een gering verschil. Het onderscheid komt tot uiting in het aantal uren. Vrouwen werken veel meer in deeltijd dan mannen, ook wanneer ze geen kinderen hebben. Van alle deeltijdwerkers is meer dan zeventig procent vrouw. Werken in deeltijd, verkleint in het algemeen de carrièrekansen. Een stereotiep beeld is dat vrouwen liever werken met mensen en mannen liever met dingen. Werken met mensen (bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs) wordt in deze maatschappij lager beloond dan werken met dingen zoals computers en vliegtuigen.

Dit beeld is ook terug te zien bij zzp’ers. Vrouwen zijn überhaupt ondervertegenwoordigd als zzp’er. Van alle 1.055.000 zzp’ers in 2017 was 61 procent man en 39 procent vrouw. Nog veel meer dan werknemers, worden zzp’ers geconfronteerd met de gevolgen van hun keuzen. Welke opdrachten neem ik aan? Hoeveel reken ik daar voor? Hoeveel tijd kan en wil ik daar aan besteden? Welke professie kies ik? Om in deze vrije economische omgeving de vinger op een glazen plafond-plek te leggen, is vrijwel onmogelijk.

Feit blijft dat vrouwelijke zzp’ers minder verdienen dan mannen. Dit wil echter niet zeggen dat er een glazen plafond is bij de bedrijven en overheden die hen opdrachten geven, daarvoor zijn er teveel variabelen en te veel eigen keuzen. Als zij wel op barrières stuiten kan juist hun economische vrijheid vrouwelijke zzp’ers in staat stellen om het glazen plafond bij bedrijven en overheid zichtbaar te maken en aan de kaak te stellen. Zzp’ers maken immers geen deel uit van de organisatie met alle bijbehorende cultuur- en machtspelletjes.


Het universele basis-inkomen is een heel dure sigaar uit eigen doos

         

Er wordt de laatste tijd steeds meer gesproken over het universele basis inkomen (UBI). Een gratis en onvoorwaardelijke uitkering voor iedereen. Helemaal nieuw is het niet. In de jaren 40 van de vorige eeuw gingen er parlementaire stemmen op in het Verenigd Koninkrijk. Nixon en Carter maakten in de jaren 70 vergelijkbare plannen. Finland rondde in 2018 een experiment af. Zwitserland had in 2016 ook serieuze plannen voor een UBI en dit jaar is Italië gestart met een proef.

Voorstanders van het UBI zijn ambitieus. Het UBI moet een einde maken aan armoede en stress om te overleven. Zonder armoede en stress voor een minimaal bestaan, zijn mensen gelukkiger en kunnen zij een betere bijdrage leveren aan de samenleving. Ook wordt met het UBI een oplossing beoogd voor het verlies aan banen door automatisering en robotisering. Dat klinkt heel serieus en nobel maar het is erg conceptueel. Veel begrippen zoals armoede, gelijkheid en onvoorwaardelijkheid worden onvoldoende uitgewerkt of verkeerd gebruikt en de consequenties worden niet overzien.

Armoede en het bestaansminimum

Hoewel er normen zijn voor het bestaansminimum, is armoede lastiger te definiëren. Armoede is zeer relatief. Diegenen die tegenwoordig als arm worden bestempeld, hebben niet zelden meer gemakken dan een modaal gezin in de jaren 50. In die tijd had lang niet iedereen een televisie, een wasmachine en een auto. Zeker had men toen geen iPhones, computers en internet. De huidige armen hebben dat vaak wel. De levensstandaard is de afgelopen 70 jaar enorm gestegen en daarmee ook de armoedegrens.

Armoede is niet simpelweg een tekort aan geld net zo min als ziekte een tekort aan medicijnen is. Het is veel complexer. Armoede is vaak het resultaat van diverse problemen, niet de oorzaak. Vergelijk het met schoolprestaties. Er zijn kinderen die blijven zitten. Nu kun je zeggen dat deze kinderen zijn getroffen door een onfortuinlijk gebrek aan voldoendes maar er spelen heel andere problemen. Die los je niet door die kinderen onvoorwaardelijk een 5,5 te geven.

Mensen in armoede vormen geen statische groep. Zoals met alle welvaartslagen in de samenleving, bewegen mensen wisselend naar boven en naar beneden. Iemand die vandaag rijk is, kan over tien jaar failliet zijn en weer tien jaar later een modaal inkomen hebben. Armoede is voor veel mensen een fase. Een heftige maar ook leerzame fase. Jongeren hebben veel minder geld dan bijvoorbeeld 40-ers. Na een scheiding of verlies van werk vallen veel mensen terug in levensstandaard om daarna weer omhoog te gaan. Ook de zogenaamde 1% is geen statische groep. Mensen kunnen er als een raket in komen en als een baksteen weer uit vallen.

Elke pyramide heeft altijd een onderste laag. De uitdaging is niet om de onderste armoede-laag uit te bannen maar om de weg naar boven te vinden. Een van de meest fundamentele vormen van self-empowerment is het overwinnen van persoonlijke armoede. Jezelf ontwikkelen, je leven op orde krijgen. Die verantwoordelijkheid krijg je als jongvolwassene op je schouders en raak je niet meer kwijt. Ook niet met het UBI.

Indien men UBI invoert met bijvoorbeeld een maandelijks bedrag van 1000 euro voor elke Nederlander, ontstaan allerlei problemen. Wie is Nederlander en wie niet? Als UBI alleen in Nederland wordt ingevoerd, kan het druk worden aan de grens. Daarnaast is de discussie over UBI dan niet beslecht maar slechts begonnen. Belangengroepen zullen stellen dat 1000 euro voor hen niet genoeg is. Iedereen hetzelfde bedrag, zal al snel als oneerlijk worden beschouwd. Waarom moeten mensen die veel verdienen, ook die 1000 euro krijgen?

Oude en nieuwe banen

Het verlies aan banen door automatisering is een aanname die niet wordt gesteund door de werkelijkheid. Technologische ontwikkelingen hebben de afgelopen decennia veel meer nieuwe banen opgeleverd dan doen verdwijnen. Er is door het internet inderdaad minder behoefte aan postbodes maar des te meer behoefte aan server-specialisten, hardware-fabrikanten, kabelleggers en programmeurs.

Onbetaalbaar

Veel voorstellen voor een UBI zijn in de afgelopen decennia stuk voor stuk afgeschoten omdat het niet betaalbaar bleek. Hoewel er reeds miljarden worden uitgegeven aan sociale zekerheid, is UBI is vele malen duurder. Het geld moet ergens vandaan komen. De overheid heeft van zichzelf geen geld dus moet het van dezelfde burgers komen. Dat betekent hoge belastingen op alles dat los en vast zit. Proeven met het UBI hebben uitgewezen dat mensen minder gaan werken. Een economie met minder productiviteit en zwaardere lasten zal als een boemerang bij de burgers terugkomen. Voor de burgers als geheel is het dus niets meer dan een heel dure sigaar uit eigen doos.

Dat zag de Zwitserse bevolking in 2016 ook in toen bij referendum werd voorgesteld om iedere Zwitser maandelijks ca. 2000 euro te geven. 78% stemde tegen. Men zag de economische consequenties van die sigaar wijselijk niet zitten.


Het minimumtarief zal veel zzp'ers in de problemen brengen

         

Het voorgenomen minimumtarief van 16 euro per uur gaat veel zzp'ers in de problemen brengen. Hoewel er ongetwijfeld goede intenties achter dit voorstel zitten, is het voor veel kleine en vooral startende ondernemers een extra drempel in plaats van een duwtje in de rug.

In een vrije markt worden prijzen en tarieven bepaald door vraag en aanbod. Stel: een ijsverkoper verdient in zijn eerste jaar 6.000 euro. Dat is niet genoeg om van te leven. Nu kan de ijsverkoper een aantal dingen doen. Hij kan op zoek gaan naar plekken waar meer omzet valt te behalen of hij kan bijvoorbeeld proberen een fantastisch nieuw ijsje te ontwikkelen. Het kan ook zijn dat hij die 6.000 euro accepteert en daarnaast nog een webshop gaat beginnen in feestartikelen. Nu komt de overheid langs en die zegt dat 6.000 euro inderdaad te weinig is. De overheid heeft uitgerekend dat als ijsjes 6 euro per stuk kosten, de ijsverkoper een minimum loon zal verdienen. Daarom komt er een wet waarin staat dat ijsjes vanaf nu 6 euro moeten kosten.

De ijsjes-verkoper is aanvankelijk blij maar merkt al snel dat hij vrijwel niets meer verkoopt. De overheid heeft hem uit de markt geprijsd. De overheid kan misschien wel de prijs van ijs bepalen maar niemand verplichten om ijsjes te kopen. Ook heeft de overheid hem de vrijheid ontnomen om zich te ontwikkelen als ijsverkoper en ondernemer. Het kan hem normaliter jaren kosten voordat hij echt winst gaat maken maar die tijd wordt hem niet gegund. Met het minimumtarief voor zzp'ers bereikt de overheid hetzelfde heilloze effect.

Het is een misverstand dat elke baan, professie of zakelijke activiteit voldoende inkomen moet bieden om van te leven. Entry-level arbeid is eigenlijk alleen geschikt om de (arbeids)markt te betreden en van daaruit verder te gaan. Net als MBO'ers en hoger opgeleiden hebben mensen die laaggeschoolde arbeid aanbieden, tijd nodig om hun productiviteit en winstgevendheid te ontwikkelen. Met het minimumloon en een minimum uurtarief wordt hen die tijd niet gegund. Zij moeten meteen winstgevend zijn en anders niets. Voor velen wordt het dan niets.

Veel zzp'ers zullen niet alleen hun werk verliezen maar vooral hun kansen op ontwikkeling en groei.


Vijf misverstanden van werknemers over zzp'ers

         

Niet alleen de overheid heeft kritiek op zzp'ers. Ook werknemers uiten vaak hun grieven. Deze zijn echter niet terecht.

Zzp'ers verdienen meer dan werknemers
Gemiddeld verdienen zzp'ers juist minder dan werknemers. Het modale jaarinkomen van werknemers ligt op ca 37,000 euro volgens het CPB. Het modale jaarinkomen van zzp'ers ligt op ca 25,500 euro.

Zzp'ers bieden geen continuïteit
Continuïteit voor wie? Voor de werknemer of het bedrijf? Continuïteit voor het bedrijf betekent tegenwoordig: inspelen op snelle veranderingen. Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuwe kennis en vaardigheden. Het omscholen van werknemers zal vaak meer tijd en geld kosten dan het aantrekken van goed ontwikkelde zzp'ers. In dat opzicht zijn zzp'ers juist een middel om continuïteit te bewerkstelligen.

Zzp'ers hebben geen hart voor de zaak
Er zijn werknemers met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel en een geweldige inzet. Maar er zijn er ook die dat niet hebben. Hart hebben voor de zaak, klinkt mooi maar werknemers worden in eerste instantie ingehuurd om een bepaalde taak naar beste kunnen uit te voeren. Net als zzp'ers. Juist omdat zzp'ers niet op de loonlijst staan, zullen zij zich veel meer concentreren op de specifieke taak die zij aannemen.

Zzp'ers maken geen deel uit van het bedrijf
Er wordt vaak gezegd dat werknemers het belangrijkste kapitaal zijn van een bedrijf. Dat klopt om meerdere redenen niet. Voor het kapitaal van een bedrijf kijk je naar de balans. Werknemers staan nergens op de balans. Ook zijn zij geen mede-eigenaar. Werknemers worden ingehuurd door het bedrijf. Net als zzp'ers. Zelfs voor het bepalen van de goodwill wordt het personeel zeer beperkt of helemaal niet meegerekend. Het kan immers volgende week ontslag nemen.

Zzp'ers ondermijnen het pensioenstelsel
Zzp'ers dragen inderdaad niet bij aan het pensioenstelsel maar zij profiteren er ook helemaal niet van. Per saldo is het effect van zzp'ers op het pensioenstelsel nul. Indien de pensioenen alleen overeind gehouden kunnen worden als er steeds meer mensen bij komen, is er iets structureel mis met het stelsel en niet met de zzp'ers die daar niet aan meedoen.


Waarom werkgevers liever met zzp’ers werken

         

Steeds meer werkgevers verkiezen zzp'ers boven werknemers. Daar zijn diverse redenen voor en als je deze simpel wilt samenvatten, kun je zeggen dat werkgevers meer flexibiliteit en minder risico's willen. Er is echter nog een andere reden waarom werkgevers liever met zzp'ers werken. Een reden die een beetje taboe is: zzp'ers zijn zelfstandiger in de breedste zin van het woord.

Wie is verantwoordelijk voor gezondheid en motivatie?

Het is opvallend hoeveel trainingen, sessies, methodieken en systemen aan werkgevers worden aangeboden om hun personeel gezond en gemotiveerd te houden. Hierbij lijkt de verantwoordelijkheid volledig bij de werkgevers te liggen. Dat is niet gezond. Het is duidelijk dat werkgevers een groot belang hebben bij gezond en gemotiveerd personeel maar het zou niet primair hun verantwoordelijkheid moeten zijn. Dat is niet logisch. Ieder mens is primair zelf verantwoordelijk voor de eigen gezondheid alsook voor de eigen motivatie.

Voor de goede orde: ik heb het hier niet over gevaarlijke fysieke arbeidsomstandigheden zoals in de industrie waar veiligheidsmaatregelen van groot belang zijn. Ik heb het hier over al die banen waarbij werknemers net zoveel risico lopen als wanneer zij in het weekend op bezoek bij familie gaan. En waarschijnlijk nog minder risico lopen dan wanneer zij in het weekend klussen of sporten.

De werknemer zou de werkgever moeten belonen

Het is een eenvoudige economische wetmatigheid dat een ondernemer zijn of haar klanten tevreden moet houden. Als de ondernemer daar in verzaakt, gaan klanten weg. De ondernemer is echter zelf ook klant wanneer deze arbeid koopt van een werknemer. In dat geval is de werknemer de leverancier. Door de huidige wetgeving is de werknemer echter veel minder onderhevig aan de economische verplichting om de klant tevreden te houden. Het lijkt eerder omgedraaid. Als een ondernemer al tien jaar een klant heeft, zal de ondernemer deze klant wellicht willen belonen voor de langdurige klandizie. Maar als een werknemer al tien jaar arbeid verkoopt aan een ondernemer, verwacht de werknemer zelf een beloning.

Er was een tijd dat arbeiders ernstig werden uitgebuit en onnodig werden blootgesteld aan gevaarlijke omstandigheden. Mede dankzij de vakbonden en de overheid is hier veel in verbeterd. Maar nu lijkt de slinger de andere kant op gezwaaid. Nu is de werkgever verantwoordelijk voor de gezondheid van de werknemer ook wanneer de arbeidsomstandigheden veilig zijn en de werknemer houdt van rugby en pizza's. Ook is de werkgever er voor verantwoordelijk dat de werknemer het naar zijn of haar zin heeft. Of er wel genoeg uitdaging en perspectief is. Dat is onnatuurlijk en daarom niet langdurig houdbaar.

Zzp'ers brengen weer evenwicht

Zzp'ers brengen hier weer evenwicht in. Zzp'ers begrijpen dat hun gezondheid primair hun eigen verantwoordelijkheid is. Dat zij wel intensief kunnen willen sporten maar als dat blessures oplevert, zij minder productief zijn en dus minder verdienen. Zzp'ers leggen de verantwoordelijkheid voor hun motivatie niet bij anderen. Zij motiveren zichzelf. Zij zoeken zelf naar nieuwe bronnen van inspiratie als dat nodig is. Zzp'ers begrijpen het principe van wederkerigheid. Ik geef iets aan jou en jij geeft iets aan mij. Zzp'ers begrijpen als niemand anders dat dit in balans moet zijn en brengen de slinger van verantwoordelijkheden weer in het midden.

Daarom geven werkgevers steeds meer de voorkeur aan zzp'ers. Zzp'ers bieden een natuurlijke en daarom duurzame verdeling van lusten en lasten. Daarom hebben zzp'ers de toekomst.


De zzp'er bestaat niet

         

Er wordt veel over zzp'ers gesproken en geschreven, Zij worden bejubeld om hun economische belang en bejegend om hun ongrijpbaarheid. Er zijn er ca. 1 miljoen van en er komen er zo'n 8000 per maand bij. Toch lijkt niemand te begrijpen wie zij zijn.

Geen homogene groep
Alle marketing-pogingen ten spijt, zijn zzp'ers lastig als groep te "targeten". De wereld van een IT-consultant is wezenlijk anders dan die van een webshop-eigenaar die breipatronen in PDF-formaat verkoopt. De eerste verdient 150K en rijdt in een Audi A6. De tweede zit achter een 8 jaar oude laptop aan de keukentafel. De eerste is 32, de tweede 59 jaar oud. Beiden zijn zzp'er.

Niet zelden wordt er daarom maar een slag geslagen naar wat dé zzp'er is. Volgens de vakbonden zijn het eigenlijk werknemers die beschermd moeten worden en volgens BNR zijn het hippe jongeren die op een terrasje met hun mobieltje de boekhouding doen. Volgens de verzekeraars zijn het onverzekerde tijdbommen en volgens de politiek zijn het premie-ontduikers die geen pensioen opbouwen en bovendien te weinig belasting betalen.

Kortom: niemand weet wie de zzp'er echt is.

Maar ook wanneer men totaal verschillend denkt over deze groep, is men het over één ding eens: aan deze groep moet verdiend kunnen worden. Het regent aanbiedingen speciaal voor zzp'ers variërend van ZZP-polissen en alles-in-één-gemaks-pakketten tot kortings-systemen en zichzelf gekroonde belangenbehartigers. Allemaal gericht op dé zzp'er.

Maar dé zzp'er bestaat helemaal niet.

Er is geen groep zo heterogeen als die van zzp'ers. Het zijn in de eerste plaats zelfstandige individuen van alle leeftijden en vele beroepen. Zij delen weliswaar veel uitdagingen maar hebben daarmee nog geen gezamenlijk belang. Zij leren graag van elkaar en werken vaak graag met elkaar samen maar vormen daarmee nog geen gezamenlijke identiteit. En al zou er sprake zijn van gezamenlijke belangen, dan is nog niet bepaald dat zzp'ers collectief betutteld willen worden met speciale pseudo-doelgroep-producten. Alle zzp'ers moeten eten maar dat maakt nog geen markt voor ZZP-brood.

Je kunt de fundamentele diversiteit van zzp'ers onhandig vinden en willen negeren, maar daarmee houd je alleen jezelf voor de gek.

Niet de zzp'ers.

Die blijven gewoon bij zichzelf. Doen hun eigen ding.

Je mag hen zzp'er noemen, maar het zijn in de eerste plaats Jantine, Achmed, Frank en Gaitrie. Ieder met hun eigen passie, hun soevereine plannen, uitdagingen en successen.

Als je al iets generaliserend wilt zeggen over zzp'ers, kun je zeggen dat zij allemaal uniek zijn.


De AVG, waar staan we nu?

         

Op 25 mei 2018 trad de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking. Deze strenge wet stelt veel hogere eisen aan al diegenen die persoonsgegevens verwerken in hun administratie dan de voormalige wet bescherming persoonsgegevens (WBP). Iedereen moest aan de slag want de privacy-lat ging flink omhoog en de boetes logen er niet om.

Beroering en verwarring

Het was even wennen want opeens moesten we gaan nadenken over hoe we welke persoonsgegevens opslaan en bijvoorbeeld versturen. Of dat wel veilig was. Dat gaf soms hilarische situaties. Zo durfde meerdere zzp'ers geen factuur meer te versturen via email want het adres van de klant stond immers op de factuur.

Anderen voelden zich plotseling schuldig dat zij de geboortedatum van hun cliënten bijhielden hoewel de leeftijd van groot belang was voor hun diensten zoals (para)medische behandelingen. Belangrijke persoonsgegevens werden uit voorzorg en onzekerheid gewist uit de administratie.

Niet te veel doordenken

Iedereen moest zich dus (terecht) afvragen welke gegevens op welke manier worden bewaard. Dat was en is een goede zaak. Alleen kom je dan al snel op een technisch terrein waar menigeen geen enkel besef van heeft. Ik sprak met een klant die er zeker van was dat hij geen papieren dossiers meer mocht hebben in zijn kantoor. Hij had immers geen kast met slot. Ik vroeg hem hoe hij nu alle gegevens opslaat. Zijn antwoord: in Dropbox en Google-drive! Ik vertelde hem dat dit tienduizend maal onveiliger is dan een eigen kast zonder slot. Dat ging zijn pet echter te boven. Google is toch veilig?! Laten we het niet te ingewikkeld maken.

Een andere klant nam zijn dossiers elke dag mee naar huis omdat hij eveneens van mening was dat een kast met slot te duur was. Dus reizen alle persoonsgegevens elke dag in een gewone tas in het openbaar vervoer.

Weer een andere klant werkt met veel plezier met een soort online mail-programma voor nieuwsbrieven. Reuze handig. Ik vroeg hem wie dat programma beheert en in welk land de servers staan. De klant had geen idee. Hoezo welk land. Het staat gewoon op internet. Maar hij kon wel een privacy-verklaring downloaden. Dus klaar. Voor die mensen is de AVG wel nuttig.

Waar staan we nu?

De rust is een beetje wedergekeerd. Er is meer bewustzijn ten aanzien van het zorgvuldig omgaan met gegevens van anderen. Dat is winst. In de praktijk hebben echter velen het ene gevaar verruild voor het andere en zijn de belanghebbenden (de personen van wie de gegevens zijn zoals jij en ik) geen stap verder. Nu staan onze gegevens ergens op internet of liggen in een niet-afgesloten auto bij de supermarkt.

Het idee was goed maar velen maken er nog steeds een potje van.


De opkomst en onvermijdelijke ondergang van broodfondsen

         

Het idee van een broodfonds is sympathiek en solidair. Je wordt lid van een groep zzp’ers en legt geld opzij voor het geval een van de leden arbeidsongeschikt wordt. Volgens Broodfondsmakers, een vereniging die zelfstandigen begeleidt bij het oprichten van een broodfonds, zijn er inmiddels zo’n 25.000 zzp’ers die zich op deze manier hebben ingedekte tegen langdurige uitval. De vereniging werkt samen met Triodos Bank dat een speciaal broodfondsrekening heeft gecreëerd. Om te kunnen functioneren telt een groep minimaal twintig en maximaal vijftig deelnemers.

De hoogte van je maandelijkse inleg bepaalt de hoogte van je uitkering (oftewel een ‘schenking’, zoals het broodfondstaal heet). Leg je bijvoorbeeld 45 euro in, dan kun je rekenen op een schenking van duizend euro per maand. Je ontvangt dit bedrag gedurende maximaal twee jaar. Uit onderzoek van TNO blijkt dat 99 procent van de ondernemers die binnen deze termijn weer aan de slag is.

Deze broodfondsen spreken mij om drie redenen aan. 1. Ze zijn kleinschalig en persoonlijk. 2. Deelname is vrijwillig. 3. Er is geen overheidsbemoeienis. De boekhouding van een fonds van maximaal vijftig ondernemers blijft overzichtelijk. Iedereen kan precies zien wat er gespaard en wat er uitgekeerd wordt. De ondernemers kennen elkaar. De drempel om je ziek te melden en een beroep te doen op de vrijgevigheid van bevriende zzp’ers is hierdoor vele malen hoger dan bij een grote verzekeraar.

Door de vrijwillige deelname zijn deelnemers veel meer geneigd de afspraken, de imperfecties en consequenties te respecteren en te ondersteunen dan bij een verplicht fonds. Als je het niet ondersteunt en niet echt wilt laten slagen, word je gewoon geen lid. Broodfondsen zijn zelfregulerend binnen de bestaande wettelijke kaders. Zij kunnen hun eigen regels opstellen zolang deze niet in strijd zijn met de wet. Tevens is het fiscaal neutraal. De inleg is niet aftrekbaar en de ontvangen schenkingen zijn niet belast. Tot zover het goede nieuws. Want er zijn serieuze bedreigingen.

Hoewel broodfondsen zullen zeggen dat zij geen verzekeraars zijn, is het oogmerk wel degelijk om bij arbeidsongeschiktheid een bepaalde inkomenszekerheid te geven. Daar ontstaat meteen het eerste probleem: hoe definieer je arbeidsongeschiktheid? Arbeidsongeschiktheid zoals we dat van de vroegere WAO kennen, ging over het verlies van verdiencapaciteit. Als je altijd honderdduizend euro verdiende en door ziekte theoretisch nog maar vijftigduizend kon verdienen, dan daalde je verdiencapaciteit met vijftig procent en was je dus vijftig procent arbeidsongeschikt.

Broodfondsen hanteren een andere definitie van arbeidsongeschiktheid. Ze gaan niet uit van wat je hàd maar van wat je nodig hèbt. Ze bieden een soort elementair inkomen vanuit de gedachte dat er minimaal brood op de plank moet komen. Maar een sociaal minimum is het ook niet want er wordt niet gekeken naar de totale vermogens- en inkomenssituatie van het lid dat zich langdurig ziek meldt. Het begrip ‘brood’ is niet helder gedefinieerd. Stel: een lid van een broodfonds heeft een adviesbureau. Dit lid is getrouwd. Het stel bezit samen een huis van 475.000 euro. Het huis is voor een derde afbetaald en heeft een overwaarde van anderhalve ton. De partner heeft een goede baan. Het lid wordt ziek en doet een beroep op het broodfonds. Wordt hier brood op de plank gefinancierd of is er sprake van een vergoeding voor verloren inkomen?

Dit gebrek aan heldere definities en kaders is weliswaar problematisch maar wordt in de praktijk opgevangen door vertrouwen en persoonlijk contact. Dit kan echter alleen werken in een kleinschalige en persoonlijke setting waarin de onvolmaaktheden kunnen worden gladgestreken.  Men komt er (vaak) wel uit. Nu het aantal broodfondsen sterk aan het groeien is, is het interessant om te bekijken hoelang de drie succesfactoren vrijwilligheid, persoonlijkheid en kleinschaligheid de komende jaren stand zullen houden. Het gaat immers over fondsen waar geld in zit. Steeds meer geld. Nu gaat het nog over miljoenen, maar over een paar jaar wellicht over honderden miljoenen

De eerste bedreiging is reeds zichtbaar omdat broodfondsen overkoepelende afspraken maken met andere broodfondsen. De veiligheid van kleinschaligheid komt hiermee in gevaar. Als lid moet je niet alleen betalen voor jouw bevriende zieke collega-ondernemer maar ook voor ondernemers die je helemaal niet kent. En die hebben misschien wel een veel duurder huis dan jij en inkomsten waar jij niets van weet. Vroeg of laat komen daar rechtszaken van. Een ondernemer vindt dat hij of zij recht heeft op een schenking. De ondernemer vindt zichzelf ziek, het broodfonds vindt van niet. Een andere ondernemer is lid van drie broodfondsen. Twee broodfondsen gaan over tot uitbetaling, de derde vindt het echter wel welletjes maar schiet te kort om dat goed te onderbouwen.

Het is onontkoombaar dat de overheid vroeg of laat ook iets wil regelen. Voor broodfondsen worden normen vastgesteld, over acceptatie van nieuwe leden, definities van arbeidsongeschiktheid en de verdeling van fondsen over andere fondsen. Vervolgens komt er een Nationaal Broodfonds en heeft niemand meer zicht op hoeveel geld er in komt en hoeveel er uit gaat. In het bestuur van het Nationaal Broodfonds zien we opeens allerlei oud-politici terug. Ten slotte zal deelname verplicht worden. En daarmee staat de deur open om vertrouwen en persoonlijkheid volledig te vervangen door nog strakkere regels, procedurele verplichtingen en hoge drempels om uit te keren. Een mooi maar kwetsbaar initiatief van ondernemers om voor elkaar te zorgen, een initiatief dat werkte omdat het klein, persoonlijk en vrijwillig was, groeit kapot en wordt vakkundig weggereguleerd door de staat.

Maar men kan altijd weer opnieuw beginnen. Met vleesfondsen of sojafondsen. Iets waarmee ondernemers elkaar zonder overheidsbemoeienis kunnen helpen. Met simpele regels. Met klungelige kaders en problematische definities. Dat geeft op zich niet want het is kleinschalig, persoonlijk en vrijwillig. Dus kan het weer werken. Zolang het geen succes wordt.


Zelfstandigenaftrek en de botte bijl van de overheid

         

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren verlaagd naar 5000 euro. Dat zat er aan te komen. Deze aftrek voor kleine ondernemers staat immers al jaren ter discussie. Sinds 2012 is de zelfstandigenaftrek al verlaagd van 9484 euro naar 7280 euro. De argumenten voor deze nieuwe verlaging zijn zeer discutabel. Met name zzp'ers zullen hier last van ondervinden.

Het kabinet pretendeert voor ondernemerschap te zijn maar dat geldt niet voor zzp'ers. Zzp'ers zijn weliswaar ondernemers maar niet van het gewenste soort. Ze zijn te klein. Ze hebben geen personeel zoals hun naam al aangeeft. Ze zijn te ongeorganiseerd, te ongrijpbaar. Iets te zelfstandig. Zzp'ers passen niet in het verdien- en bestuursmodel van de overheid. Dit typeert de huidige politieke impasse t.a.v. zzp'ers. Zzp'ers doen precies wat de overheid altijd zegt na te streven: meer ondernemen, meer mensen aan de slag. Maar dat was op de zzp-manier nooit de bedoeling. De bedoeling is grote sterke ondernemingen met veel personeel die samen veel premies betalen. Daarom moeten zzp'ers het vaak ontgelden. Zij worden bestempeld als hulpeloos, onverantwoord (te weinig verzekerd) en ongeorganiseerd. Daarom mag hun fiscale positie worden aangetast.

Het kabinet vergelijkt zzp'ers vaak onterecht met flexwerkers. Een van de argumenten voor verlaging van de zelfstandigenaftrek is het verkleinen van de fiscale ongelijkheid tussen werknemers en zelfstandigen. Dat is appels met peren vergelijken.

Flexwerkers zijn geen ondernemers. Flexwerkers zijn werknemers met een tijdelijk contract die om de zoveel maanden of jaren op zoek moeten gaan naar een nieuwe baan. 74% van de flexwerkers streeft naar een vast contract. En velen krijgen deze uiteindelijk ook.

Zzp'ers zijn ondernemers. Ondernemers zoeken in een veranderende maatschappij steeds naar nieuwe mogelijkheden om waardevolle producten en diensten te bedenken en te leveren. De enige zekerheid van ondernemers is de noodzaak om hun diensten en producten te blijven innoveren. 71% van de zzp'ers is NIET op zoek naar een vast contract.

Zzp'ers hebben geen inkomenszekerheid en worden niet doorbetaald bij ziekte zoals werknemers. Het is daarom onzinnig om deze over één kam te scheren met werknemers als het louter gaat om fiscale voordelen.

Als het aan de overheid ligt, is vrijwel iedere zzp'er potentieel schijnzelfstandige. Laten we vooral vergeten hoeveel honderdduizenden zzp¹ers helemaal niet schijnzelfstandig zijn en vele klanten hebben die op geen enkele manier te verwarren zijn met een werkgever. Als we dat nu allemaal opzij zetten, kunnen alle zelfstandigen over één kam worden geschoren en collectief worden beboet voor hun economische wangedrag. Want daar komt de afbouw van de zelfstandigenaftrek op neer: alle zzp¹ers leveren fiscaal voordeel in omdat er ook schijnzelfstandigen zijn. Dat is hetzelfde als alle uitkeringen afschaffen omdat er ook misbruik van wordt gemaakt.

Toen in 2012 de zelfstandigenaftrek met ca. 2000 euro werd verlaagd, riepen velen dat dit het einde van de zzp'ers zou betekenen. Het tegendeel bleek. Er zijn sinds 2012 alleen maar meer zzp¹ers bij gekomen. Ook deze nieuwe maatregel zal gevoeld worden door zzp'ers en er zullen afhakers komen. Maar zzp¹ers zijn niet zo makkelijk uit te roeien. Daar zijn zij te eigenwijs, onafhankelijk en vindingrijk voor.


Nieuwe kleineondernemersregeling kan zzp’ers opzadelen met onverwachte btw-nota

         

Op 1 januari 2020 treedt de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) in werking. Ondernemers met een omzet lager dan € 20.000 krijgen daarmee de mogelijkheid om volledig vrijgesteld te worden van btw. Wanneer je nu al weet dat je omzet onder deze drempel blijft, is de nieuwe KOR een interessante optie. Je hoeft dan immers geen btw meer te rekenen aan je klanten en je bent verlost van de btw-administratie. Maar voor ondernemers die op dit moment nog wel btw-plichtig zijn, zit daar wel een risico aan vast.

Stel dat je in 2018 op naam van de zaak een auto hebt gekocht. De btw heb je als voorbelasting afgetrokken van de te betalen omzetbelasting. Je auto gaat natuurlijk meerdere jaren mee. Je schrijft de kosten dus in (minimaal) vijf jaar af, laten we zeggen tot 2023. Wanneer je met ingang van volgend jaar gebruik gaat maken van de nieuwe KOR, heb je vanaf 2020 geen recht meer op aftrek van btw. En dat kan vervelende gevolgen hebben.

Inderdaad, in 2018 mocht je alle btw direct aftrekken. De Belastingdienst verkeerde hierbij in de veronderstelling dat je btw-plichtig zou blijven. Met de nieuwe kleineondernemersregeling ben je dat niet meer en moet je mogelijk een deel van de eerder afgetrokken btw terugbetalen. Het bittere rekensommetje kan er als volgt uit komen te zien.

In 2018 en 2019 mocht je de btw aftrekken maar in 2020, 2021 en 2022 niet meer. Achteraf heb je derhalve slechts recht op een aftrek van twee vijfde van de btw op de auto. Indien de btw op de auto € 2.500 was, moet je dus € 1.500 terugbetalen. Je hoeft dit bedrag niet in een keer op te hoesten. Hoeveel je precies moet terugbetalen, wordt per jaar bepaald. Je kunt immers in 2021 toch weer btw-plichtig worden en dan heb je weer wél recht op aftrek van btw.

Er is nog een ontsnappingsmogelijkheid. Indien de herziening van de btw in een boekjaar minder is dan € 500 of minder dan tien procent van de afgetrokken btw, hoef je de btw helemaal niet terug te betalen. Het gaat hier om het totaal aan btw van alle investeringen waarop – achteraf gezien – geen recht meer bestaat op aftrek van btw.

Kortom, stap niet onbezonnen over op de nieuwe KOR. Ga zorgvuldig na of je vanaf 2016 investeringen hebt gedaan waarop nog wordt afgeschreven. Heb je daarop – teruggerekend per jaar – in totaal meer dan € 500 aan btw voor afgetrokken, dan is de nieuwe KOR misschien toch niet zo’n goed idee. Zijn er geen ‘oude’ investeringen waarop je nog btw aftrekt en wil je gebruikmaken van de nieuwe regeling, dan kun je op nieuwe investeringen die je in 2019 hebt gedaan beter niet alle btw aftrekken. Zo beperk je het risico dat je later een flink deel van de afgetrokken btw weer terug moet betalen.


Wat moeten zzp’ers met e-facturatie?

         

Als het aan de overheid ligt, stapt iedereen zo snel mogelijk over op e-facturatie. Sinds kort zijn alle overheidsinstanties verplicht om elektronische facturen te kunnen verwerken. Sommige overheden accepteren zelfs alleen nog maar e-facturen. Wat betekent dit voor zzp’ers?

Nu denk je wellicht: ik kan mijn factuur toch gewoon als Word- of pdf-bestand mailen? Dat is immers elektronisch! Helaas, dat is geen e-factuur. Een e-factuur heeft een speciale elektronische vorm. De gegevens staan altijd op een vaste plek in het bestand. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk worden verwerkt door computers. Je hebt software nodig om zo’n e-factuur te maken. De meeste boekhoud- en facturatiepakketten beheersen dit kunstje gelukkig ook.

Het voordeel van e-facturatie is dat de verwerking van je factuur in de administratie van jouw klant geautomatiseerd kan worden. Dat gaat sneller en geeft minder fouten. Met name grote organisaties kunnen hier baat bij hebben. Voor zzp’ers heeft het veel minder voordelen. Zelfstandigen hoeven immers geen duizenden facturen van leveranciers in te boeken. Bovendien verloopt het inboeken nu al vaak (semi-)automatisch door het importeren van bankmutaties in het boekhoudpakket.

Heb je als zzp’er de overheid als klant, dan kun je vanaf nu verplicht worden een e-factuur sturen. Heb je geen software waarmee dat kan, dan moet je deze aanschaffen. Maar daarmee ben je er nog niet. De e-factuur moet allerlei gegevens bevatten zoals een speciaal nummer van de betreffende overheidsinstantie, een opdrachtnummer, een budgetnummer en ga zo maar door. Bovendien: je kunt je e-factuur vaak niet zomaar mailen naar je opdrachtgever bij de overheid. Dat moet weer via een speciale portal of tussenpartij.

De discussie over hoe zo’n e-factuur moet zijn opgebouwd, wordt al jaren gevoerd en is nog steeds niet afgerond. Er zijn vele honderden varianten waardoor e-facturen kunnen worden afgewezen omdat deze net een andere vorm hebben. Het zou de komende tijd weleens spannend kunnen worden. Aan de ene kant moet iedereen aan de e-factuur en aan de andere kant zijn er nog wel wat hobbels te nemen om tot een standaard te komen die door iedereen wordt geaccepteerd. Voor zzp’ers wordt het extra spannend: je moet anders gaan factureren terwijl je niet zeker weet of je het wel goed doet. Of je factuur snel wordt voldaan is evenmin zeker. Jouw e-factuur kan weleens om onduidelijke redenen afgewezen worden.


Zitten er eigenlijk voordelen aan de nieuwe kleineondernemersregeling?

         

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt vanaf 2020 gemoderniseerd, stelt de Belastingdienst. In de praktijk lijkt er echter sprake van afschaffing. De nieuwe KOR stelt kleine ondernemers voor dilemma’s die eerder niet speelden.

De huidige KOR biedt ondernemers die op jaarbasis minder dan 1883 euro aan omzetbelasting moeten afdragen een gedeeltelijke of gehele vrijstelling van afdracht. Dat levert fiscaal voordeel op. De nieuwe KOR is eenvoudigweg een volledige vrijstelling van omzetbelasting voor ondernemers die op jaarbasis minder dan twintigduizend euro omzet draaien.

Het grote verschil is dat de oude KOR heel flexibel was en de nieuwe KOR niet. In de oude KOR kon je per jaar bekijken of er met de regeling voordeel was te behalen. Daarvoor hoefde de administratie niet te worden aangepast. De nieuwe KOR daarentegen dwingt ondernemers om vooraf te kiezen of zij wel of niet volledig vrijgesteld van omzetbelasting willen worden. Dat heeft grote gevolgen voor de administratie.

Met de nieuwe KOR moet je dus vooraf bepalen of je daarvoor in aanmerking wilt en kunt komen. Voor ondernemers die een omzet hebben van rond de twintigduizend euro per jaar is dat een lastige opgave. Je krijgt de status immers voor minimaal drie jaar. Zakt de omzet onder de twintigduizend euro, dan moet je wellicht een paar jaar wachten voordat de nieuwe KOR mag worden toegepast.

Aan de andere kant verliest de ondernemer bij de nieuwe KOR automatisch de vrijstelling zodra de omzet bòven de 20.000 euro komt. Vanaf dat moment moet de ondernemer direct weer btw gaan rekenen en voorbelasting administreren in de boekhouding. Met als gevolg dat de prijzen stijgen en de winst mogelijk daalt. Heb je bijvoorbeeld een webshop met een automatische boekhoudkoppeling, dan sta je voor de taak om het hele assortiment opnieuw te gaan beprijzen.

De oude, wérkelijk flexibele KOR bestaat straks niet meer. Wat er voor in de plaats komt, is niets meer dan een uitbreiding van de regels voor btw-vrijgestelde ondernemers. Ondernemers die reeds vrijgesteld waren, merken daar niets van. Maar de vele kleine ondernemers met een omzet van rond de twintigduizend euro zien zich straks genoodzaakt vooraf vergaande keuzes te maken, keuzes die zij onmogelijk kunnen overzien. De flexibiliteit van de nieuwe KOR pakt op deze manier in het nadeel van de ondernemer uit – met alle administratieve en commerciële gevolgen van dien.